Het fokbeleid

Fokbeleid of ook anders gezegd fokdoelstellingen, het belangrijkste van de rattery. De waarom achter de keuze die we maken i.v.m. de fok.  Door vooraf na te denken over de invloeden die vele factoren zullen of kunnen hebben in een volgende generatie kunnen we proberen streven na enkele doelen. Zonder hierover na te denken kunnen we niet gericht een bepaalde verbetering in het rattenbestand proberen brengen. Pas door observatie van de fokdieren maar ook hun nakomelingen en voorouders kunnen we nagaan of we ons doel ook effectief aan het bereiken zijn en verbetering zich voordoet.


Mijn fokdoel is niet even kort te omvatten, ik vind het belangrijk om bij elk punt even stil te staan en daarbij begin ik altijd bij het gedrag en het karakter van de ratten. Belangrijk is dat ratten goed in de groep liggen dus geen al te dominant, nerveus, pesterig, of dergelijk ongewenst gedrag naar andere soortgenoten of hun baasjes vertonen. Mijn doel is om relatief makkelijke ratten te fokken die goed in een groep kunnen leven, actief zijn tot oude dag, open, stabiel, evenwichtig, sociaal, aandachtsgeil, makkelijk in de handen,…

Als dat goed zit kijk ik naar de gezondheid, hoe doen de ratten en zijn/haar voorouders het op gebied van gezondheid. Erfelijke kwaaltjes, abcessen, luchtweg problemen, tumoren, etc,… komen helaas erg vaak voor bij ratten maar dat probeer ik tot een minimum te beperken door enkel de gezondste ratten te combineren om de gezondheid, levenskwaliteit en levensduur te verhogen.

Als laatste kijk ik ook naar de bouw van de rat, ik ben ervan overtuigd dat een rat die goed gebouwd is ook gezonder is. Luchtwegproblemen komen vaker voor bij ratten met een te smal of net te breed hoofd. Ook zal de bouw effect hebben op de ‘langdurige’ voortbeweging en het wel of niet ontwikkelen van abcessen, artrose of dergelijke.


Al snel is duidelijk dat dit alles enkel mogelijk is doordat je als fokker zoveel mogelijk informatie probeert in te winnen maar ook toekomstige eigenaars van de nakomelingen de fokker zo goed mogelijk op de hoogte proberen te houden van hoe deze het verder doen in hun leven, of er ev. problemen optreden, ziektes,...


Ratten komen voor in verschillende variëteiten, er bestaan namelijk verschillende kleuren, tekeningen, vachtsoorten en oorstanden. Zelf fok ik niet naar specialkleuren maar kleuren die zich al bewezen hebben als stabiel zijnde, d.w.z. kleuren waar geen gezondheidsproblemen aan gelinkt zijn.

Met roodogen fok ik bij voorkeur niet maar het wordt niet uitgesloten, roodoog komt bij verschillende kleurslagen voor. Roodoog wordt veroorzaakt door een te kort of gebrek aan Melanine (pigment). Pigment dient ook als beschermingsbarrière. Ondanks ik niet fok op roodogen kunnen er wel eens in een nest zitten, denkend aan een lijn waarin roodoog siamezen in voor komen of bij de kleurslag geel.
Tevens heb je ook robijnogen, dit zijn heel donkere roodogen die bijna zwart lijken, deze kunnen ook voorkomen bij bijvoorbeeld Argente sommige cinnamon, mink,... kleuren kunnen ook robijn ogen hebben. Dit komt vaker voor in de lijn.

Tevens wordt er niet gefokt met fuzz, naakt en staartloos, deze variëteiten zijn eerder afwijkingen en benadelen de rat enorm op een of meerdere gebieden. Fuzz en naaktratten kunnen met moeite hun temperatuur regelen, kunnen niet communiceren met soortgenoten, hebben snel wondjes/littekens, ingegroeide oog- of snorharen.
Staartlozen hebben dan weer last met balans, communicatie, incontinentie,…

Deze variëteiten fok ik wel:
Qua vachtsoort fok ik voornamelijk met gladhaar maar ook rex kan wel eens voorkomen. Rex’en uit goede lijnen hebben geen verhoogd risico gezondheidsproblemen.  
Kleuren die hier voornamelijk voorkomen zijn zwart, agouti, cinnamon, mink, russisch blauw en eventuele kleuren die genetisch gelinkt zijn aan deze kleuren/combinaties. Af en toe duikt er wel eens siamees of burmees op in de nesten, af en toe ook een roodoog of robijn oog naar gelang wat de ouders mee droegen in de lijn.
Zowel gewoonoren als dumbo’s komen hier voor in de nesten, een dumbo zou hetzelfde hoofd moeten hebben als een gewoonoor alleen de oren zijn lager aangezet. Het is een fabeltje dat dumbo’s gevoeliger zijn voor ooronstekingen, het is zelfs zo dat oudere ratten nog beter hun oren kunnen schoonhouden dan gewoonoren.


 

Als de ratten aan bovenstaande dingen voldoen wordt er verder gekeken welke ratten het beste matchen om elkaar aan te vullen en de goede eigenschappen te bewaren. Vaak draait dit uit op een terugkruising, m.a.w. in- of lijnteelt wordt dan toegepast, wie meer informatie over deze fokwijze wilt weten kan altijd dit artikel lezen *klik*
Maar evengoed kan er gekozen worden voor een uitkruising, vaak voor iets nieuws of andere gewenste eigenschappen toe te voegen in de lijn.

De dames zijn minimaal 5 maand en maximaal 8 maand oud wanneer ze hun eerste nestje krijgen, normaal gezien blijft het ook steeds bij één nest per dame maar per uitzondering kan er ook gekozen worden om met een dame een 2de nestje te doen. Uiteraard ook enkel als het eerste nest vlot verliep, ze hersteld is en er nog steeds een meerwaarde is aan het 2de nest.

Fokgeschikte ventjes mogen dekken vanaf ze minimum 1 jaar oud zijn en liefst nog ouder, er kan een uitzondering gemaakt worden als er enkel mannelijke rittens uit het nest worden aangehouden als mogelijke fokman(en) zodoende is er ook voldoende achtergrond kennis tegen dat die ventjes worden ingezet.
Uitgeplaatste mannen kunnen vanaf 1 jaar ook toestemming verkrijgen om een dame’(s) te mogen dekken, meestal zijn dit ventjes uitgeplaatst bij een andere rattery en uitzonderlijk een ventje uitgeplaatst bij eigenaar die geen rattery beschikt maar het ventje wél voldoet aan alle voorwaarden. Hiervoor wordt het contract aangepast.
Voor een dekking met ventjes die in de rattery aanwezig zijn vraag ik uitgebreide informatie van de lijn van de dame en beweegreden waarom ze deze combinatie willen maken. Normaal wordt er een dekprijs gevraagd of één a twee rittens uit het nest.

De dames die gedekt worden buiten de rattery verblijven samen met een vriendinnetje tot ze flapperig wordt, ze gedekt wordt door de dekman en daarna wordt nog even aangekeken of ze effectief aankomt. Als het erop lijkt dat ze drachtig is wordt ze samen met der vriendinnetje weer opgehaald en mogen ze hier thuis samen blijven tot het drachtige dametje op dag 20 alleen gaat voor de bevalling. Het vriendinnetje wordt weer geïntroduceerd in de groep. Het zwangere / bevallen dametje krijgt dan ook wat extra voeding.

Als de rittens 2.5 week oud zijn verhuizen ze naar een iets grotere kooi zodat ze ook kunnen spelen, rennen, en zoveel meer ervaringen kunnen opdoen. Tevens heeft mama ook iets meer vrije ruimte.

Op 4.5 week worden de dametjes en de ventjes gescheiden, elk in een andere kooi tot ze opgehaald worden door de nieuwe eigenaren en degene die hier blijven kunnen geïntroduceerd worden in de groep.

De rittens mogen verhuizen vanaf ze 6 weken oud zijn en minimaal 100 gram wegen, ze verhuizen liefst met 2 van hetzelfde geslacht. Uiteraard mogen er ook meer rittens uitgeplaatst worden of ook slechts eentje als er een vriendje of vriendinnetje voorzien is maximaal 6 weken leeftijdsverschil waar ze uiteindelijk gaan wonen.
De stamboom en contractje wordt uiteraard mee gegeven als ook de nodige informatie van het houden, verzorgen van deze schatten.

Nadat ze hun nestje gekregen hebben gaat het dametje vaak met haar dochter(s) terug in de groep waar ze op pensioen mag, ze zijn hier eerst en vooral huisdieren en worden niet geplaatst na hun nest ze blijven gewoon hier tot we hopelijk op oude dag afscheid moeten nemen.